Madeira helemaal rond

by 4Disa Travel
Madeira stond al lang op ons verlanglijstje. We prikten de maand mei om van de bloemenpracht te kunnen genieten, want Madeira wordt niet voor niets het “Bloemeneiland” genoemd. Verder staat het hoog aangeschreven bij wandelaars, en bij liefhebbers van een zoet wijntje. Wij waren benieuwd, huurden een wagen en reden het hele eiland rond.

Groot is Madeira niet. Met z’n 714 km² bedekt het maar een vierde van Oost-Vlaanderen. Samen met het piepkleine eiland Porto Santo en enkele onbewoonde eilandjes, vormt het een autonome regio van Portugal (net zoals de Azoren). Op de kaart vind je Madeira zo’n 850 km ten zuidwesten van Portugal, pal in de Atlantische oceaan. Het klimaat is er zeer mild (nooit te koud, nooit te warm), ideaal voor de prachtige flora in de vrije natuur en in de botanische tuinen. Het eiland is zeer rots- en bergachtig, met vaak heel steile hellingen. Een centrale bergketen verdeelt het eiland in twee bergflanken: noord en zuid, waardoor het zuiden vaak zonniger kaarten heeft dan het noorden.

“In Madeira kun je maar 2 dingen doen”, vertrouwde een taxichauffeur ons toe: “ofwel stijgen, ofwel dalen”. Dus om te voet op pad te gaan moet je best wel een goede conditie hebben.

De landingsbaan van het vliegveld van Madeira, ooit gekend als één van de kortste ter wereld, werd in 2000 verlengd. Toch mogen er nog steeds enkel ervaren piloten op vliegen, want het blijft uitdagend om netjes op een smalle strook tussen de oceaan en de bergen te landen.

Auto rijden op Madeira is aangenaam. De Madeirezen (hebben we moeten opzoeken, hoor) zijn – net zoals de Portugezen – een rustig volk, en dat merk je ook in hun rijstijl. Ze hebben ook een opvallend groot respect voor de voetgangers, die aan het zebrapad absolute voorrang krijgen. Door de rotsformaties kun je zelden langs de kust rijden en rij je heel vaak door tunnels – soms nieuw en modern, soms avontuurlijk basic – om van het ene dorp naar het andere te rijden.

FUNCHAL

We starten onze reis in de hoofdstad Funchal. De stad is gelegen in een mooie baai, en is opgesplitst in 2 delen:  aan de oostelijke zijde het oude stadsgedeelte met typische huizen en dus laagbouw, en in het westen het toeristische gedeelte met hotels in hoogbouw. De beste manier om je in de stad te verplaatsen is te voet en met de taxi (die zijn er in overvloed en hanteren correcte prijzen). Langs een promenade wandel je naar de haven waar vaak cruiseschepen aangemeerd liggen. Hierdoor kan het op bepaalde uren erg druk zijn in de stad, maar eens de cruisetoeristen terug aan boord zijn, keert de rust vanzelf terug. In deze buurt kan je niet naast het museum en het hotel van CR7 Cristiano Ronaldo kijken.

Wat verderop nemen we de kabelbaan naar Monte nemen, een gehucht op 550 m. hoogte. De gondelrit ernaar toe bezorgt je een prachtig uitzicht over Funchal en omgeving. In Monte aangekomen kun je eerst een wandeling maken in de Jardim Tropical, een mooie tropische tuin die een bezoek waard is, maar hou rekening met de vele hoogtemeters. Verder is er de Igreja de Nossa Senhora do Monte. Toen wij er waren was er net een huwelijk aan de gang en was de tjokvolle kerk echt prachtig versierd.

Om terug te keren naar de stad nemen veel toeristen de toboggan, een soort rieten slee voor 2 personen, die bestuurd wordt door 2 carreiros die je over de gewone weg naar beneden laten glijden. Hebben wij aan ons laten voorbij gaan wegens een te lange wachtrij.

In het centrum van Funchal stond alles in het teken van Festa da Flor, het Bloemenfestival. Dit jaarlijks evenement viert de komst van de lente en zet de bloemencultuur van Madeira in de kijker.

Op zondag is er de parade, met tal van kleurrijk met bloemen versierde praalwagens. Dansers van alle leeftijden – maar vooral vrouwen en jonge meisjes, die zich gewillig laten fotograferen – dossen zich werkelijk piekfijn uit en stappen fier mee in de stoet. Lokale handelaars promoten hun eigen producten, terwijl de heerlijke lokale drank, de poncha, weelderig vloeit. Heerlijke sfeer! De moeite om eens mee te maken!

CABO GIRÃO – RIBEIRA BRAVA – PONTO DO SOL

Via Câmara de Lobos rijden we naar Cabo Girão, met z’n 589m één van de hoogste kliffen van Europa. Door de glazen skywalk kijk je loodrecht naar beneden, de diepte in. We houden ook even halt in Ribièra Brava, een aangenaam klein kustdorpje, met leuke terrasjes. Overnachten doen we in Ponto do Sol, ook een klein kustdorpje met een kort straatje dat 5 restaurants/bars telt, en waar je een lekkere Tomahawk steak kunt eten.

CALHETA – PORTO MONIZ

Calheta is een mooi dorpje met een jachthaven, een mooie promenade en gezellige restaurants. Het zandstrand is afkomstig uit Marokko, want natuurlijke zandstranden zijn er in Madeira nauwelijks. Via Paúl do Mar (geen stop waardig) rijden we door de bergen naar Porto Moniz. Door de laaghangende mist hebben we helaas veel mooie views ge-‘mist’. Porto Moniz is een paradijs voor de waterliefhebber, met talrijke natuurlijk zwembaden, een promenade en terrasjes. Let wel: aan de noordkant van het eiland kan het weer al eens tegenvallen.

SEIXAL – SÃO VINCENTE

In Seixal houden we halt bij de Miradouro do Véu da Noiva, een observatiedek bovenop een klif met uitzicht op de kustlijn en in zee stortende watervallen. São Vincente is een gezellig dorpje met wandelpad van centrum naar de kustlijn waar vele restaurantjes zijn en een toffe bar “Porto de Abrigo” met leuke (blues) muziek. We zouden de grotten van São Vincente bezoeken, maar die bleken gesloten wegens onderhoud. “Kom volgend jaar eens terug”, was de boodschap.

SANTANA

Via Ponta Delgada en Boaventura komen we aan in Santana. Wel …, dit is één van de grootste “tourist traps” die we al ooit gezien hebben. De reisgidsen zeggen dat Santana is bekend “om zijn traditionele driehoekige huisjes met strooien daken tot op de grond, waarin vroeger voornamelijk boeren leefden, maar ze worden nu vooral gebruikt voor toeristen”. Die 7 huisjes zien er erg jong uit, stralen niks authentieks uit en verbleken bij Bokrijk.

PONTA DE SÃO LOURENÇO

Het oostelijke schiereiland brengt ons naar Ponta de São Lourenço, het meest oostelijke puntje van het eiland. Dit is zonder meer een hoogtepunt op deze reis: een wondermooie plek op aarde! Gewoon even gaan zitten en genieten. En bovendien een paradijs voor wandelaars.

MACHICO – PORTO DA CRUZ

Machico is een heel gezellige badplaats met een echt zandstrand (!), een aangename sfeer en – dank zij Festa da Flor – veel bloemen en bloemenmeisjes. We rijden iets meer landinwaarts om op de zondagsmorgen wat te slenteren op de lokale markt van Santo Antonio da Serra. Verderop Tenslotte pauzeren we even in Praia da Alagoa, nabij Porto da Cruz. Heerlijk rustig, helemaal niet toeristisch, en ontspannend.

Madeira zal ons bijblijven als het eiland met de immense bloemenpracht, de rustgevende natuur, de vriendelijke bevolking en … de poncha. De maand mei is de uitgelezen periode om dit eiland te ontdekken.

Restaurant tips:

  • Taberna Ruel, Rua de Santa Maria 119, Funchal
  • Gavião Novo, Rua de Santa Maria 131, Funchal
  • Steak & Sun, Rua Dr. João Augusto Teixeira, Ponta do Sol
  • Caravela, ER101, São Vicente

Isabelle & Marc

Wil je hier meer over weten ? Neem dan gerust contact met ons op:


Ook interessant voor jou :

Laat je inspireren!

Leave a Comment

twee × drie =